Raad bespreekt AVG-uitzondering voor gepseudonimiseerde gegevens
In de Raad van de EU ligt een tekst waarin gepseudonimiseerde gegevens voor sommige partijen niet langer als persoonsgegevens zouden gelden. Dat meldde TechTimes op 25 september 2026. Het gaat om een nieuw artikel 25a in de Raadstekst van de Digital Omnibus, het pakket waarmee de Europese Commissie in november 2025 voorstelde de AVG, de ePrivacy-richtlijn, de Data Act en NIS2 in 1 keer aan te passen.
Gepseudonimiseerde gegevens zijn gegevens waarin voor de hand liggende identificatoren, zoals namen, zijn vervangen door codes of ID-nummers. Onder de huidige AVG blijven die gegevens persoonsgegevens, zoals artikel 4, lid 5 en overweging 26 vastleggen. Artikel 25a zou ze als niet-persoonsgegevens behandelen voor een partij die de persoon achter de code zelf niet kan herleiden.
Volgens een open brief van European Digital Rights (EDRi) en een coalitie van maatschappelijke organisaties van 24 september 2026 raakt dat de advertentieketen, die voor een groot deel op pseudonieme identificatoren draait. Cookie-ID's, advertentie-ID's en device fingerprints worden gebruikt om gedrag over websites heen te volgen. Onder artikel 25a kan hetzelfde gepseudonimiseerde ID een persoonsgegeven blijven voor de uitgever die de cookie plaatste, en in feite geen persoonsgegeven meer zijn voor een demand-side platform of databroker verderop in de keten.
Als 2 andere omstreden onderdelen noemt het artikel de verwerking voor AI op basis van gerechtvaardigd belang en het beperken van de informatie die betrokkenen krijgen over het gebruik van hun gegevens. De Raadstekst wil vastleggen dat persoonsgegevens voor het ontwikkelen of gebruiken van AI kunnen worden verwerkt op basis van gerechtvaardigd belang, zonder de waarborgen die in het oorspronkelijke Commissievoorstel stonden. Los daarvan verdween de bepaling over geautomatiseerde privacysignalen in de browser (artikel 88b) uit de Raadstekst van juni 2026.
De European Data Protection Board en de European Data Protection Supervisor stelden in een gezamenlijk advies van februari 2026 dat belangrijke bepalingen het beschermingsniveau kunnen aantasten. Ook lidstaten maakten formeel bezwaar tegen onderdelen. Letland noemde de bepaling over AI en gerechtvaardigd belang strijdig met technologieneutraliteit, Polen waarschuwde voor onduidelijkheid over wanneer gepseudonimiseerde gegevens buiten de AVG vallen, en Nederland diende een beoordeling in dat de wijzigingen de bescherming onder de AVG kunnen verzwakken.
Volgens het artikel stonden de technische besprekingen in de Antici Group on Simplification van de Raad op 24 september 2026 weer op de agenda, op weg naar een bindend gemeenschappelijk standpunt van de Raad. Na zo'n standpunt volgen triloogonderhandelingen met het Europees Parlement.
Hoe de AVG terugkomt in rechten, labels en bewaartermijnen, lees je bij onze dienst governance, compliance en security.
Governance, compliance en security