Terug naar actueel

EU Data Act eist datatoegang by design vanaf 12 september 2026

Gepubliceerd op

Connected producten en bijbehorende diensten die na 12 september 2026 op de Europese markt komen, moeten zo ontworpen zijn dat gebruikers standaard bij de relevante data kunnen.

Dat volgt uit de EU Data Act, Verordening (EU) 2023/2854, schreef advocatenkantoor Wilson Sonsini op 18 juni 2026. De verordening is sinds 12 september 2025 van toepassing. Sindsdien moeten datahouders gebruikers op verzoek toegang geven tot bepaalde productdata en data van bijbehorende diensten.

Op 12 september 2026 komt daar een ontwerpeis bij. De relevante data moeten standaard makkelijk, veilig en direct toegankelijk zijn voor de gebruiker, kosteloos, waar dat relevant en technisch haalbaar is. Die eis geldt voor producten en diensten die na die datum op de markt komen.

Bij de afweging van technische haalbaarheid mogen bedrijven kijken naar kosten, bedrijfsgeheimen, intellectueel eigendom, beveiliging en de relevantie van directe toegang. Wie kiest voor indirecte toegang, moet die keuze kunnen onderbouwen. Is de toegang ingericht, dan moeten de data worden geleverd in een volledig, gestructureerd, gangbaar en machineleesbaar formaat, met de informatie die nodig is om ze te begrijpen en te gebruiken.

Wilson Sonsini noemt als vervolgstappen voor bedrijven om na te gaan welke producten en diensten onder de regels vallen en welke data-elementen gelden als productdata of dienstdata, voor zakelijke en particuliere gebruikers. Daarnaast gaat het om het bijwerken van precontractuele informatie en gebruiksvoorwaarden, en om de vraag of directe toegang relevant en technisch haalbaar is.

De Europese Commissie heeft in het Digital Omnibus-voorstel ook wijzigingen in de Data Act opgenomen. Datahouders zouden daarmee meer ruimte krijgen om toegangsverzoeken te weigeren vanwege bedrijfsgeheimen. Volgens Wilson Sonsini verandert het voorstel de kernregels voor datatoegang niet, en is onduidelijk wanneer het wordt aangenomen.

De lidstaten richten hun nationale handhaving in, met aangewezen bevoegde instanties en sancties bij niet-naleving. Finland, Duitsland, Nederland en Polen hebben uitvoeringswetgeving aangenomen of in voorbereiding. Grote handhavingszaken waren op 18 juni 2026 nog niet gemeld.

Lees de bron